PKN
Protestantse Gemeente Witmarsum
 
vr 10 apr 2020  om 10:30 uur koepel
Voorganger: ds.P.Wattel
Eredienst Trijjeris Ien

digitaal gemeente zijn 10 april 2020

enkele achtergronden bij de veroordeling in het huis van de hogepriester
Vandaag staan wij stil bij de laatste weg, die Jezus gegaan is in zijn aardse leven. En we doen dat met gedeelten uit het Matteüs-evangelie. De schrijver Matteüs heeft duidelijk een vroege versie van het evangelie naar Marcus voor zich. Hij neemt in grote lijnen de verhalen over, verkort ze hier en daar en voegt er nog wat aan toe. Het is ook duidelijk, dat hij de pijnlijke kloof tussen Joodse Christenen en heidense Christenen ervaart, en in de lijn van de gebeurtenissen van zijn tijd, het verleden toch wat negatiever bijkleurt ten opzichte van de Joden. Johannes, die zijn nog evangelie later schreef, doet dat nog veel sterker. Marcus doet dat iets minder en Lucas, die waarschijnlijk geen Joodse lezers had, doet dat niet.

We zien het in Matteüs wanneer hij niet alleen de hogepriesters als tegenstanders van Jezus noemt, maar ook de oudsten en schriftgeleerden (vaak zijn dat Farizeeën).  Matteüs vertelt, dat in het huis van de hogepriester het Sanhedrin is samengekomen, maar met de historische kennis van nu is dat onwaarschijnlijk, dat het Sanhedrin een officiële zitting in het huis van de hogepriester houdt, als dat de veroordeling tot de doodstraf tot gevolg zou hebben.

Het Sanhedrin bestond uit drie groepen: priesters, meestal Sadduceeën, Farizeeën en oudsten (meestal adel en hoofden van plaatselijke rechtbanken). Het Sanhedrin was een gering teken van zelfstandigheid van het Joodse volk binnen de macht van de Romeinse keizer. De rechtszaken, die betrekking hadden op de tempeldienst werden meestal gehouden door de priesters en andere zaken met name de halszaken, de veroordelingen tot de doodstraf, waren in handen van de Farizeeën, die de meeste kennis van de Joods wetten hadden.  In die tijd besloten alleen de Farizeeën in kwesties van leven of dood en het was regel, dat zij, als zij een doodsvonnis zouden uitspreken, daar tenminste een nacht overheen zouden laten gaan.
Dat gaf ruimte om zo mogelijk af te zien van een veroordeling tot de dood. Dat betekent ook, dat volgens de regels van de gebruikelijke rechtszitting door de Farizeeën een doodsvonnis niet op de dag voor Sabbath of voor een feestdag mag worden gehouden. En zij zouden zeker niet stiekem in het huis van de hogepriester vergaderen, maar in de vergaderruimte op de tempelberg. Ook het gegeven dat Jezus door de tempelwacht is opgepakt, is een reden om niet naar de Farizeeën, maar naar de hogepriesters te kijken wat betreft de rechters. Ook andere gegevens uit de evangeliën wijzen erop, dat de kruisiging van Jezus niet aan het Joodse volk mag worden verweten, maar aan de hogepriesters, die na de tempelreiniging besloten om Jezus uit de weg te ruimen.

En, zoals het altijd gaat met mensen, die veel macht hebben en dat willen houden, dat ze dat ten koste van alles of ten koste van veel doen. Een mensenleven is daarin voor hen niet interessant.
Matteüs heeft als enige evangelist het gedeelte, dat “het hele volk zegt, dat zijn bloed òns wordt aangerekend, en onze kinderen.” Dat is de eeuwen door een voedingsbodem geweest om Joden redelijk straffeloos van allerlei kwaad te kunnen beschuldigen, tot aan de nazi-ideologie toe. Helaas zien we het ook in deze tijd weer terugkomen.

Op deze avond gaat het er niet om, dat we in de veroordeling en de kruisiging van Jezus de kloof tussen Joden en Christenen groter maken, maar dat we verbonden met Jezus beleven hoe gevaarlijk, maar ook nodig het is om ons met elkaar teweer te stellen tegen de machthebbers van deze wereld, die hun eigen belang maar al te vaak boven dat van het leven van mensen stellen.
Als Jezus uiteindelijk aan het kruis hangt, neemt hij Psalm 22 op de lippen. We kunnen ons wel indenken, dat deze woorden uiting geven aan de verlatenheid van Jezus, pijnlijk hangend aan het kruis.

Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij
en blijft zo ver, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft Gij zwijgen?
Mijn God, ik doe tot U mijn kreten stijgen
bij dag, bij nacht. Tot U slechts kan ik vluchten,
maar krijg geen rust, geen antwoord op mijn zuchten
in klacht op klacht.

Gij die mijn ogen ‘t levenslicht ontsloot,
mij hebt geroepen uit de moederschoot,
mij aan mijn moeders borst een rustplaats bood,
voor kwaad beveiligd,
Gij hebt mij U ten eigendom geheiligd,
Gij, die alleen mijn God zijt en mijn Vader,
blijf mij niet ver, want nu het onheil nadert
helpt mij niet één.

Maar wie de psalm verder leest komt uit op bevrijding:

U hebt verhoord! O God, mijn Heer, ik zal
U loven voor mijn broeders overal
en in de kring van uw verkoren tal
uw naam verkonden:
‘O broeders, die de HERE hebt gevonden,
laat Hem uw spel, o zaad van Jakob, prijzen,
en wil Hem vol ontzag uw eer bewijzen,
o Israël!’
Was dit de hoop, die Jezus, hangend aan het kruis toch nog had?

Eenzamer kan een mens niet zijn. Hoe dan ook. Hij vocht zijn eigen strijd.
Nu is ieder mens alleen, als het laatste moment van leven is aangebroken. Zelfs met familie, met je kinderen, met je geliefde om je heen, blijft het toch een weg, die je alleen moet gaan. Uiteindelijk moet je iedereen loslaten. Maar misschien in deze tijd nog meer kunnen mensen, die in eenzaamheid leven en lijden iets van troost vinden in de herkenning van de eenzaamheid van Jezus.
Wie ongeneeslijk ziek is, voelt zich dan al vaak alleen.
Maar hoe zwaar dat lijden, ook is, de situatie bij Jezus is toch anders.
Hij was niet ziek. Hij was nog redelijk jong, ook voor die tijd. Hij zal ongeveer 30-35 jaar zijn geweest.

Jezus moet lijden omdat hij de weg van God is gegaan.
Hij heeft zieken genezen, mensen opgewekt uit de dood. Hij heeft het koninkrijk van God verkondigd. En uiteindelijk heeft hij orde op zaken gesteld in de tempel.
Hij heeft gedaan, wat het volk en zijn leiders hebben nagelaten.
In de weg, die Jezus ging, zien we ook zoveel andere mensen, die opkwamen voor een rechtvaardige wereld en opstonden tegen de machthebbers, die niet zorgen voor mensen, die geen helper hebben. Klokkenluiders. Ze zijn monddood gemaakt, gevangen gezet, of nog erger.
Maar we denken ook aan de miljoenen mensen, die vermoord zijn, niet omdat ze ergens tegen waren, maar omdat ze waren wie ze waren: Joden, Roma en Sinti, homoseksuelen.
Sommigen zullen zich door God verlaten hebben gevoeld.
Anderen hebben in het lijden van Jezus troost gevonden. Er was nog iemand, die die weg gegaan is.

Waarom is deze eenzaamheid bij Jezus zo diep?
Jezus heeft de weg van God aanvaard. Als één het verdiende om niet door God verlaten te worden, dan is hij het wel. Er staat immers ook geschreven dat de rechtvaardige niet zal sterven, maar zal leven!

De gelijkenis van de pachters, die we weken geleden hebben gelezen, ademde nog hoop, dat de leiders hun plannen zouden wijzigen. In die hoop heeft de HEER zijn zoon gestuurd.
Maar de pachters hebben hun plannen niet gewijzigd.
Midden in de nacht, op een geheime locatie, met een schijn proces hebben ze Jezus veroordeeld.
En Pilatus heeft zijn handen in onschuld gewassen.
En de leerlingen konden niet de weg met hem gaan.
En nu is hij ook nog door God verlaten.

Maar hij houdt vol, tot het allerlaatst.
Zo heeft hij voor ons de weg geopend naar leven met God.
Vanavond gaan wij in gedachten al lezend die weg met Hem.


Zij die Jezus gevangengenomen hadden, leidden hem voor aan Kajafas, de hogepriester bij wie de schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen waren. Petrus volgde hem op een afstand tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester; daar ging hij tussen de knechten zitten om te zien hoe het zou aflopen. De hogepriesters en het hele Sanhedrin probeerden een valse getuigenverklaring tegen Jezus te laten afleggen op grond waarvan ze hem ter dood zouden kunnen veroordelen, maar ze vonden er geen, hoewel zich vele valse getuigen meldden. Ten slotte meldden er zich twee die zeiden: ‘Die man heeft gezegd: “Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen weer opbouwen.”’ De hogepriester stond op en vroeg hem: ‘Waarom antwoordt u niet? U hoort toch wat deze getuigen zeggen?’ Maar Jezus bleef zwijgen.

De hogepriester zei: ‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de messias bent, de Zoon van God.’ Jezus antwoordde: ‘U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zittend aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel.’ Hierop scheurde de hogepriester zijn kleren en hij riep uit: ‘Hij heeft God gelasterd! Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? Nu hebt u met eigen oren gehoord hoe hij God lastert. Wat denkt u?’ Ze antwoordden: ‘Hij is schuldig en verdient de doodstraf!’ Daarop spuwden ze hem in het gezicht en sloegen hem. Anderen stompten hem en zeiden: ‘Profeteer dan maar eens voor ons, messias, wie is het die je geslagen heeft?’

Petrus zat buiten, op de binnenplaats. Er kwam een dienstmeisje naar hem toe, dat zei: ‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’ Maar hij ontkende dat met klem, zodat allen het konden horen: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ Toen hij wilde weggaan naar het poortgebouw, zag een ander meisje hem. Ze zei tegen de omstanders: ‘Die man hoorde bij Jezus van Nazaret!’ En opnieuw ontkende hij en zwoer: ‘Echt, ik ken de man niet!’ Even later kwamen de omstanders naar Petrus toe, ze zeiden: ‘Jij bent wel degelijk een van hen, trouwens, je accent verraadt je.’ Daarop begon hij te vloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet!’ En meteen kraaide er een haan. Toen herinnerde Petrus zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat er een haan gekraaid heeft, zul je mij driemaal verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bitter.
De volgende ochtend vroeg namen alle hogepriesters met de oudsten van het volk het besluit Jezus ter dood te brengen.
...
Nu had de prefect de gewoonte om op elk pesachfeest één gevangene vrij te laten, en die door het volk te laten kiezen. Er zat toen een beruchte gevangene vast, die Jezus Barabbas genoemd werd. En dus vroeg Pilatus hun, toen ze daar waren samengestroomd: ‘Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die de messias wordt genoemd?’ Hij wist namelijk dat ze hem uit afgunst hadden uitgeleverd. Terwijl hij op de rechterstoel zat, werd hem een boodschap van zijn vrouw gebracht: ‘Laat je niet in met die rechtvaardige! Om hem heb ik namelijk vannacht in een droom veel moeten doorstaan.’ Ondertussen haalden de hogepriesters en de oudsten het volk over: ze moesten om Barabbas vragen, en Jezus laten doden.
Weer nam de prefect het woord en hij vroeg opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas!’ riepen ze. Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met hem!’ Hij vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het kruis met hem!’ Toen Pilatus inzag dat zijn tussenkomst nergens toe leidde, dat het er integendeel naar uit zag dat men in opstand zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen.’ En heel het volk antwoordde: ‘Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen!’ Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen.

O hoofd vol bloed en wonden,
bedekt met smaad en hoon,
o hoofd zo wreed geschonden,
uw kroon een doornenkroon,
o hoofd eens schoon en heerlijk
en stralend als de dag,
hoe lijdt Gij nu zo deerlijk!
Ik groet U vol ontzag.

We lezen verder vanaf Matteüs 27:45
Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield.
Aan het einde daarvan in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om Elia!’
Meteen kwam er uit hun midden iemand toegesneld die een spons pakte en in zure wijn doopte. Hij stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken.
De anderen zeiden: ‘Niet doen, laten we eens kijken of Elia hem komt redden.’

Nog eens schreeuwde Jezus het uit,
toen gaf hij de geest.


Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veelgestorven heiligen werden tot leven gewekt: na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen.
Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’
Vele vrouwen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd waren om voor hem te zorgen, stonden van een afstand toe te kijken. Onder hen bevonden zich Maria uit Magdala, Maria de moeder van Jakobus en Josef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.


Nu valt de nacht
Het is volbracht:
de Heer heeft heel zijn leven
voor het menselijk geslacht
in Gods hand gegeven.

De wereld gaf
Hem slechts een graf,
zijn wonen was Hem zwerven;
al zijn onschuld werd Hem straf
en zijn leven sterven.

Hoe wonderlijk,
uitzonderlijk
een sabbat is gekomen:
eens voor al heeft Hij het juk
van ons afgenomen.


gebed
Vader in de Hemel,
voor hen, die lijden aan leven in deze wereld,
aan de tijdelijkheid en rusteloosheid;
voor hen, die lijden aan hun lichaam,
aan ziekten en anders zijn;
voor hen, die lijden aan hun ziel,
aan onbegrip en eenzaamheid,
bidden wij “Dat uw Zoon niet voor niets gestorven is”.
Voor hen, die snakken naar gerechtigheid,
voor hen, die vechten voor vrede,
voor hen, die gevangen gezet zijn, omdat ze hun mond open deden,
bidden wij “Dat uw Zoon niet voor niets gestorven is”.

Voor hen, die vervolgd worden
vanwege hun geloof, hun geaardheid of hun afkomst,
voor de Joden, in alle eeuwen opgejaagd,
bidden wij “Dat uw Zoon niet voor niets gestorven is”.

Voor de kerken in de wereld, voor eenheid en verbondenheid
voor uw gemeente, voor levend geloof en liefde;
voor ambtsdragers en allen die mee helpen bouwen aan uw gemeente,
bidden wij “Dat uw Zoon niet voor niets gestorven is”.
Amen.


 

terug
 
 

Eredienst Trijjeris Ien
datum en tijdstip 07-06-2020
Kerkdienst digitaalmeer details

Eredienst Trijjeris Ien
datum en tijdstip 14-06-2020 om 09:30 uur Koepel
Koepelmeer details

Eredienst Trijjeris Ien
datum en tijdstip 21-06-2020 om 09:30 uur Pingjum
Pingjummeer details

 
Fryslan foar Rwanda

Tot 2022 gaan veel Friese kerken aan de slag voor Rwanda: Fryslân foar Rwanda!
Meer weten, gan naar http://Kerkinaktie.nl

Klik op onderstaande link voor een film

http://vimeo.com/311692695
 
Poster

Deze poster is een initiatief van ds.Anne Meta Kobes van de protestanse gemeente Heerenveen.
De woorden uit 1 Korinte 13 vers 7 liggen als basis onder deze poster
Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt.Door de liefde blijf je volhouden
 
kindernevendienst zondag 7 juni mei

De schat in de akker en de kostbare parel

Met aangepast materiaal om thuis en in de online dienst te gebruiken. Klik op de downloads ‘Leeswijzer voor thuis’, ‘Werkbladen voor thuis’ en ‘Aangepaste informatie voor predikanten en kinderwerkers voor online kerkdiensten’.

Op deze zondag staat Matteüs 13:44-46 centraal: twee voorbeelden over hoe kostbaar Gods nieuwe wereld is. 

Klik op onderstaande link voor meer informatie


https://debijbel.nl/bijbelbasics/programmas/de-schat-in-de-akker-en-de-kostbare-parel?utm_source=bijbel-basics-wekelijks&utm_medium=email
 
 
 
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.