PKN
Protestantse Gemeente Witmarsum
 
Begraafplaats Witmarsum , Pingjum, Zurich Begraafplaats Witmarsum , Pingjum, Zurich
Beheer Begraafplaatsen:
Witmarsum
Sjors Huisman tel nummer 06 52 12 16 34
Schoolstraat 1 Witmarsum

Zurich
Johan Osinga, tel. 0517-579767
Kerkstraat 17, Zurich

Administratie:
Geke Reitsma, tel. 0517-579343
Bootland 7, Pingjum
Pingjum
Rein Brandsma, tel. 0517-579599
Mulierlaan 4, Pingjum
A. Postma, tel. 579306
Pibemalaan 29, Pingjum


Regelement begraafplaats Witmarsum.

Regelement begraafplaatsen mei 2019


HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1
Begripsomschrijvingen
1. Dit reglement verstaat onder:

administrateur:
degene die door het college van kerkrentmeesters is aangewezen voor het verzorgen van de administratie van de begraafplaats.  

asbus:
een bus ter berging van de as van een overledene.

beheerder:
degene die door het college van kerkrentmeesters belast is met de dagelijks leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt.

bijzetten:
het begraven van een overledene in een particulier graf waarin reeds een overledene is begraven.

eigen  (particulier) graf of ook wel familiegraf genoemd:
een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
- het doen begraven en begraven houden van lijken;
- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
  zonder urnen;
- het doen verstrooien van as.

eigen (particulier) urnengraf:
een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
  zonder urnen;
- het doen verstrooien van as.

gedenkteken:
voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren.

grafbedekking:
gedenkteken en/of grafbeplanting

grafbeplanting:
Niet-blijvende beplanting welke door de rechthebbende op een graf wordt aangebracht. Het is niet toegestaan blijvende beplanting op een graf aan te brengen.

grafbrief, akte van grafuitgifte:
overeenkomst waarin door de beheerder een grafrecht is verleend.

grafrecht:
het recht op een particulier graf.

grafrust(termijn):
periode waarin een lijk niet opgegraven mag worden, behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit.

particulier graf (eigen of familiegraf):
een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
- het doen begraven en begraven houden van lijken;
- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
  zonder urnen;
- het doen verstrooien van as.

rechthebbende:
degene die een uitsluitend recht op een particulier graf heeft.

ruimen:
het leegmaken van een graf, waarbij de overblijfselen opnieuw
ter aarde worden besteld of gecremeerd.

uitgiftetermijn (graftermijn):
de termijn gedurende welke men het recht heeft een lijk te doen begraven en begraven te houden.

uitsluitend recht (of grafrecht):
het recht om gedurende een (on)bepaalde periode één of meer lijken in het graf te doen begraven of begraven te houden.

urn:
een voorwerp ter berging van één of meer asbussen.
Onder “eigen graf ” (=particulier graf) mede verstaan:
eigen urnengraf

verlof tot begraven:
het door de ambtenaar van de burgerlijke stand af te geven schriftelijk verlof voor de begraving.

Artikel 2
Beheer
De begraafplaats is alleen bedoeld voor ingezetenen en
oud-ingezetenen van het dorp waar de begraafplaats is gevestigd.
Ingezeten van elders moeten toestemming hebben van het college
van kerkrentmeesters.
Het beheer van de kerkelijke begraafplaatsen berust bij de
Protestante Gemeente “Trijeris Ien” te Witmarsum-Pingjum-Zurich, vertegenwoordigd door het college van kerkrentmeesters of diens rechtsopvolgers.
Het college van kerkrentmeesters wijst een beheerder aan die de dagelijkse leiding over de begraafplaats heeft.

Artikel 3
Administratie
De administratie van de begraafplaatsen wordt gevoerd door de kerkrentmeesters of door een door het college van kerkrentmeesters aangewezen administrateur.
Bij de registratie van persoonsgegevens worden de vereisten van de Wet Bescherming Persoonsgegevens in acht genomen.

Artikel 4
Register
Het college van kerkrentmeesters of de door hen aangewezen administrateur houd(t)(en) een register bij van alle op de begraafplaats begraven lijken en bijgezette asbussen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven of bijgezet zijn en een plattegrond van de begraafplaats. In dit register worden ook aangetekend de door het college van kerkrentmeesters reeds uitgeven, maar nog niet gebruikte particuliere graven.
Het register en de plattegrond zijn openbaar en worden in tweevoud bijgehouden.


HOOFDSTUK 2 – OPENSTELLING,
ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 5
Openstelling begraafplaats
  1. De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk.Kinderen beneden 12 jaren hebben slechts toegang, indien zij zijn vergezeld van een volwassene.
  2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.
  3.  Het is niet toegestaan honden op de begraafplaats toe te laten.

Artikel 6
Ordemaatregelen
  1. Het is aan steenhouwers, hoveniers en andere personen die werkzaamheden op de begraafplaats verrichten, verboden, anders dan met toestemming van of namens het college van    kerkrentmeesters, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten, Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.
  2. Het is verboden zonder noodzaak over de graven te lopen, beplantingen te beschadigingen of bloemen te plukken.
 3      Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en              personen die werkzaamheden op de begraafplaats                  hebben te verrichten zijn verplicht zich, in het belang             van de orde, rust en netheid, te houden aan de                         aanwijzingen van de beheerder.
  1.  Degene die het in het tweede lid vermelde verbod overtreden of  zich niet houden aan de in het derde lid bedoelde aanwijzingen, moeten zich op eerste aanzegging van de  beheerder van de begraafplaats verwijderen.

Artikel 7
  1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten 5 dagen van tevoren worden gemeld aan het college van kerkrentmeesters onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaats vinden.
  2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoelt in het eerste lid, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van het college van kerkrentmeesters of de beheerder.
  3. Bijeenkomsten op de begraafplaats, die het karakter van een   openbare manifestatie hebben of naar het oordeel van het college van kerkrentmeesters zullen hebben, kunnen door het college van kerkrentmeesters worden verboden.

Artikel 8
Opgraven en ruimen
  1.  Het opgraven van lijken en het ruimen van graven gebeurt door daartoe aangewezen professionele c.q. gecertificeerde bedrijven.
  2.  Andere personen is het niet geoorloofd daarbij aanwezig te zijn behoudens schriftelijke toestemming van de beheerder. De beheerder en de eigenaar van de begraafplaats zijn niet       aansprakelijk voor schade, van welke aard dan ook, die mocht  opkomen aan personen die ter bijwoning van het opgraven van lijken of het ruimen van graven op de begraafplaats aanwezig zijn.


HHOOFDSTUK 3 – VOORSCHRIFEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 9
Kennisgeving van begraven en asbezorging, openen
en sluiten van het graf:       
  1.  Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil  doen verstooien, geeft daarvan uiterlijk twee dagen voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaats vinden, schriftelijke kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de  burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerde zo tijdig mogen worden gedaan.  
  2. Op de kist of op het omhulsel van het lijk wordt een registratienummer aangebracht, dat correspondeert met het nummer, vermeld op een bijgevoegd document dat tevens de  namen, de datum van geboorte en overlijden van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat, nadat is vastgesteld dat het document betrekking heeft op het lijk.
  3. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder  van de begraafplaats heeft vastgesteld dat het op de kist of het omhulsel vermelde registratienummer overeenkomt met het nummer vermeld op het document als genoemd in lid 2.
  4.  Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door de medewerkers van de begraafplaats dan wel door degene die met deze werkzaamheden zijn belast, op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.
Artikel 10
Over te leggen stukken
  1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.
  2. indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaats vinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overlegd ondertekent door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
  3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaats vinden onder gelijktijdige verlenging  van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaren. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 15, tweede lid.
  1. Een bewijs van betaling van de grafrechten voor de eerste periode dat het graf resp. urnengraf uitgegeven is.
  2. De beheerder onderzoekt of de overlegde stukken volledig en juist zijn.

Artikel 11
Tijden van begraving en asbezorging
  1.  Op zondagen, christelijke of algemeen erkende feestdagen, wordt geen gelegenheid gegeven begraven en bezorgen van as, tenzij de burgemeester een van de normale termijn afwijkende termijn voor begraving of crematie heeft gesteld of het college van kerkrentmeesters hiervoor toestemming heeft verleend.  Op de overige dagen zijn de tijden van begraven en het bezorgen van as: op werkdagen en zaterdagen van 09.00 tot 16.00 uur. Het college van kerkrentmeesters kan in bijzonder gevallen van deze tijden afwijken.

HOOFDSTUK 4 – DE GRAVEN EN GRAFRECHTEN

Artikel 12
Soorten graven en termijnen
  1. Op de begraafplaats kunnen worden onderscheiden: particuliere graven en particuliere urnengraven.

Artikel 13
Particulier graf
  1.  Een uitsluitend recht op een graf kan alleen schriftelijk worden gevestigd voor inwoners en oud-inwoners van het dorp waar de begraafplaats is gevestigd, hun echtgenoten, hun levenspartners en bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad.
Voor anderen is dit slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan, zulks ter uitsluitende beoordeling van het college van kerkrentmeesters.
Voor rechthebbenden is bovenstaand niet van toepassing. zij kunnen, mits zij zich onderwerpen aan de bepalingen van dit eglement, begraven worden in het graf waarvan zij        
rechthebbende zijn. Door het college van kerkrentmeesters wordt een akte van grafuitgifte opgemaakt.
  1. Het college van kerkrentmeesters bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er  kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de particuliere graven kunnen plaatshebben.
  2. Het college van kerkrentmeesters bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. Voor particuliere graven geldt een termijn van 20 jaren.
  3. In de akte van grafuitgifte wordt vermeld welk graf is uitgegeven tegen welke prijs en voor welke termijn.
  4. De rechthebbende op het graf ontvangt een getekend exemplaar van de akte van grafuitgifte.
 Artikel 14
Verstrijking en verlenging termijn particulier graf.
  1. De rechthebbende van een particulier graf waarop een  uitsluitend recht is gevestigd voor bepaalde tijd kan verzoeken deze termijn te verlengen. Het uitsluitend recht op een graf wordt op verzoek van rechthebbende na verstrijking van de            uitgiftetermijn verlengd, mits het verzoek gedaan is binnen twee   jaren voor het verstrijken van de termijn.
       De verlenging geschiedt telkens voor 10 jaar.
  1. Het college van kerkrentmeesters doet binnen een jaar na de   aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht, aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijnen   van het bepaalde in lid 1.
  2. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in lid 2, om verlenging van het recht is verzocht, maakt het college van kerkrentmeesters de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De aankondiging blijft beschikbaar tot het einde van de periode waarvoor het recht op een particulier graf was gevestigd.

Artikel 15
Overschrijving van verleende rechten
  1. Het uitsluitend recht op een graf kan op schriftelijk verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de  echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van anderen dan de hiervoor genoemden, is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
  1. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits het verzoek hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van anderen, is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
  2. Indien binnen de lid 2 gestelde termijn geen verzoek tot overschrijving is gedaan, kan het college van kerkrentmeesters het recht vervallen verklaren.
Artikel 16
  1.  Van iedere overboeking van het recht op een graf wordt aantekening gehouden in het in artikel 4 genoemde register.
  2. De rechthebbende krijgt een bewijs van overboeking.

Artikel 17
Grafkelder
Het is niet mogelijk om een grafkelder te plaatsen.

Artikel 18
Afstand doen van graven
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding, kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen van zijn recht met gelijktijdige inlevering van het grafbewijs ten behoeve van het college van kerkrentmeesters. Van de ontvangst van zodanige verklaring zendt het college van kerkrentmeesters een schriftelijke bevestiging aan de rechthebbende.


HOOFDSTUK 5 – GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 19
Toestemming grafbedekking
  1. Voor het hebben van een grafbedekking is schriftelijke  toestemming nodig van het college van kerkrentmeesters.
  2. Het college van kerkrentmeesters stelt de volgende regels vast   omtrent de aard en afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen:
  • Grafzerken en mnumenten mogen niet hoger zijn dan 1,25 meter boven het maaiveld. Deze mogen niet eerder dan 9 maanden na de begraving worden geplaatst.
  • Het is niet tegestaan een liggende plaat te plaatsen.
 
  1. Het college van kerkrentmeesters kan de toestemming weigeren of intrekken indien:
  1.  niet voldaan wordt aan de eventueel door hen vastgestelde nadere regels als bedoeld in lid 2;
  2. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de  begraafplaats.
  3. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
  4. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
  1. Toestemming voor het hebben van een grafbedekking voor particuliere graven moet worden aangevraagd door en wordt gesteld op naam van de rechthebbende op de grafruimte. Bij overschrijving van dat recht wordt de als dan ingeschreven rechthebbende beschouwd als de houder van de toestemming.

Artikel 20
Grafbeplanting
Het is niet toegestaan om blijvende beplanting op het graf te plaatsen.
Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door degen die belast is met de dagelijkse leiding  op de begraafplaats worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende drie weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een mondeling of schriftelijk verzoek heeft gedaan bij de beheerder.

Artikel 21
Verwijdering grafbedekking
  1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het college van kerkrentmeesters worden verwijderd.
  2. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college van kerkrentmeesters ingediend verzoek, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende drie weken  ter beschikking van degene aan wie toestemming was verleend om de grafbedekking te plaatsen. Het verzoek daartoe kan worden ingediend  gedurende een jaar voordat de grafbedekking zal worden verwijderd.
  3. Het college van kerkrentmeesters kan nimmer aansprakelijk worden gesteld voor schade ten gevolge van het verwijderen van  de grafbedekking.
  4. De grafbedekking vervalt aan de Protestants gemeente indien:
  1. geen verzoek op grond van lid 3 is ingediend;
  2. de grafbedekking niet binnen drie weken nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.

HOOFDSTUK 6 – ONDERHOUD

Artikel 22
 Onderhoud door het college van kerkrentmeesters
  1. Ten einde de kosten van aanleg, instandhouding en onderhoud van de begraafplaats en de graven, waarin door kerkrentmeesters wordt voorzien, te dekken, worden rechten geheven volgens de bij dit beheersreglement behorende tarievenlijst, die jaarlijks kan worden herzien.
  2.  Het college van kerkrentmeesters belast zich met het onderhoud  van de begraafplaats, waaronder wordt verstaan het onderhoud aan gebouwen en paden, het maaien van het gras, het verzorgen an de algemene beplanting en de watergangen e.d.
  3. Het college van kerkrentmeesters belast zich tevens met het algemene onderhoud van de raven, waaronder wordt verstaan: het opnieuw stellen na verzakking van gedenktekens, voor zover dit  niet als steenhouwerwerkzaamheden is aan te merken.
  4. Het college van kerkrentmeesters accepteert geen aansprakelijkheid voor schade, door welke oorzaak ook ontstaan  aan de grafbedekking of ieder ander voorwerp dat zich op het graf bevindt.
  5. Het onderhoud kan niet worden afgekocht.
 
Artikel 23
Onderhoud door de rechthebbende
  1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, waaronder wordt verstaan het schoonhouden van gedenktekens in artikel 22 lid 3, zoals   steenhouwerwerkzaamheden (herstel en vernieuwing),
       het kleuren en bijwerken van opschriften en niet-blijvende grafbeplanting.
  1. Schade aan de grafbedekking als bedoeld in artikel 22 lid 4 komt  voor rekening van de rechthebbende.
  2. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college van  kerkrentmeesters met inachtneming van het gestelde in lid 4 de grafbedekking geheel of gedeeltelijk doen verwijderen.
Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van rechthebbende en vervalt daarna, met inachtneming van het  bepaalde in lid 4, aan de Protestantse gemeente, zonder dat eze tot enige vergoeding verplicht is.
  1. Tenzij sprake is van een acuut risico, zulks uitsluitend ter beoordeling van het college van kerkrentmeesters, vindt de verwijdering niet plaats dan nadat rechthebbende behoorlijk per    brief is opgeroepen tot onderhoud of herstel van de grafbedekking. Als het adres van de rechthebbende niet meer bij de burgerlijke gemeente bekend is, vindt de vermelde aanmaning  plaats op het mededelingenbord van de begraafplaats. Bij het graf wordt een verwijzing naar deze aanmaning aangebracht.


HOOFDSTUK 7 – RUIMING VAN GRAVEN

Artikel 24
  1. Met inachtneming van de Wet op de lijkbezorging en overige  toepasselijke regelgeving kan de beheerder van de begraafplaats graven doen ruimen, mits dit gebeurt door daartoe gekwalificeerde personen c.q. gecertificeerde bedrijven. Ruiming   van een particulier graf kan niet dan met toestemming van de  rechthebbende op dat graf.
  2. Het voornemen van de beheerder om een particulier graf te ruimen, gebeurt door middel van het plaatsen van een bordje bij het te ruimen graf. Plaatsing daarvan geschiedt gedurende  tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden.
  3. Van het voornemen tot ruiming wordt aan rechthebbende schriftelijk mededeling gegaan bij het bij de beheerder van de begraafplaats bekend zijnde adres van rechthebbende.
  4. De rechthebbende op een particulier graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen 

HOOFDSTUK 8 – IN STAND TE HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 25
Lijst
  1. Het college van kerkrentmeesters houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
  2. Alvorens tot ruiming van graven over te gaan, onderzoekt het  college van kerkrentmeesters of er graven zijn die in aanmerking komen om op de onder 1. genoemde lijst te worden    bijgeschreven.
  3. Het college van kerkrentmeesters beslist in overleg met de kerkenraad over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK 9 – KLACHTEN

Artikel 26
  1. Rechthebbenden en andere bij de begraafplaats belanghebbende  personen en leden van de Protestante gemeente kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats of het nalaten daarvan bij het college van kerkrentmeesters een schriftelijke klacht indienen.
  2. Het college van kerkrentmeesters beslist binnen dertig dagen na  ontvangst van de klacht. Het college kan deze termijn met ten   hoogste dertig dagen verlengen.
  3. Het college van kerkrentmeesters brengt de beslissing omtrent de  klacht terstond schriftelijk ter kennis van de klager.

HOOFDSTUK 10 – OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 27
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2019

Alsdan vervallen de voordien bestaand hebbende voorschriften en bepalingen op dit gebied, behoudens eerbiediging van rechten, verkregen voor de inwerkingtreding van dit reglement, voor zover niet in strijd met de wettelijke bepalingen.

Artikel 28
  1. Ingeval van verschil over de toepassing van dit reglement en in alle gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het college van kerkrentmeesters.
  2. Wijziging van de reglement kan plaats vinden door het college  van kerkrentmeesters.

Aldus vastgesteld op 9 mei 2019

Namens de Protestante gemeente te Witmarsum
College van kerkrentmeesters:
 
Namens de Protestantse Gemeente “Trijeris Ien ” te
Witmarsum-Pingjum-Zurich

Dhr. Y. Dijkstra, voorzitter

Mevr. J. Koehoorn-Hoitsma, secretaris


 
terug
 
 
 

Moderamen
datum en tijdstip 27-02-2020 om 19.45 uur
meer details

Eredienst Trijjeris Ien
datum en tijdstip 01-03-2020 om 11:00 uur
Hoekstienmeer details

Kerkenraad
datum en tijdstip 05-03-2020 om 19.45 uur
meer details

 
40 dagentijd

meer
 
UITNODIGING

meer
 
 
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.